Het nieuwe tijdschrift Park heeft aan mij geen nieuwe abonnee. Te weinig verrassing, te veel mode (laat mij siberisch). Maar achterin staat een leuke rubriek: een spread van een groepsfoto, in dit geval een diner bij acteur Nasrdin Dchar thuis. De foto is precies goed: niet te statisch (mensen kijken opzij, er gebeurt van alles op de achtergrond) en ook niet te levendig (iedereen is goed herkenbaar).
Sla je de bladzijde om, dan kun je van alle geportretteerden een gedachte lezen. Dat werkt goed. Je leest totaal verschillende anekdotes van totaal verschillende mensen, maar het gemeenschappelijke onderwerp (acteur Nasrin Dchar) en de gezamenlijke foto zorgen voor samenhang. Ook geschikt voor portretten van besturen, werkgroepen of ondernemingsraden. En eenvoudig om te zetten naar een digitaal format. Sleutel tot succes is denk ik de locatie van de foto: vermijd voor de hand liggende bedrijfskantines of bestuurskamers. En maak de groepsfoto alsof hij terloops genomen is. De aanwezigen kijken even naar de fotograaf en gaan dan weer verder met hun gesprekken. Zo worden je lezers getuige van iets bijzonders.
Een van mijn goede voornemens voor komend jaar: meer zorg besteden aan mijn blog. Nu maak ik me er nog even ‘makkelijk’ van af. Vandaag verschijnt aflevering 2 van de serie artikelen over digitale journalistiek, die ik samen met collega Edwin Lucas schrijf. Dit keer hebben we gesproken met makers van digitale magazines: Wendy Bilsen en Simone Koudijs van Proof Reputation (winnaar van een Grand Prix Customer Media) en Jossine Modderman van Viva/Sanoma (genomineerd voor een Mercur). Een voorzichtige conclusie: digitale magazines raken hun vertrouwende tijdschrift-format geleidelijk kwijt en smelten samen met andere vormen van communicatie, zoals sociale media. Het artikel verschijnt vandaag tegelijkertijd op papier in Tekstblad en digitaal op Frankwatching.com.
P.S. Uitgever Virtùmedia is zo aardig geweest om een doosje Tekstbladen af te leveren. Heb je belangstelling? Laat het me weten, dan stuur ik je een exemplaar. Zolang de voorraad strekt.
Vandaag verschenen: het artikel over digitale magazines dat ik samen met collega-tekstschrijver Edwin Lucas schreef voor Tekstblad, vakblad voor tekstschrijvers. We interviewden Bas Broekhuizen (Universiteit Leiden), Joris van Heukelom (MakerStreet, voorheen Sanoma Digital), Koen Denolf (Het Salon, Gent) en Erwin van der Zande (Bright Magazine). De Tekstblad-redactie is zo aardig geweest om het complete artikel online te zetten: Digitale journalistiek: trial and error.
Te lang? Gisteren verscheen een verkorte, digitale versie op Frankwatching.
In april verscheen het Handboek tijdschrift. Laat je niet afschrikken door het woord ‘handboek’ in de titel. Het register achterin is eigenlijk het enige dat echt aan een handboek doet denken. Vanwege de aantrekkelijke opmaak en de verschillende invalshoeken heeft het boek meer weg van… een tijdschrift.
Het handboek bestaat uit drie delen:
- Heb je weinig tijd? Het eerste deel mag je overslaan. Hier vind je weinig nieuws. Dit deel lijkt nog het meeste op een leerboek. Het beschrijft bijvoorbeeld de geschiedenis van het (publieke) tijdschrift en gaat in op begrippen zoals ijkpersoon, invalshoek en bladritme.
- Het tweede deel laat redacteuren en journalisten aan het woord. In ‘The making of’ vertellen zij over de totstandkoming van 50 verschillende rubrieken. Veel variatie, praktische tips. Het komt niet vaak voor dat je bladenmakers zo concreet over hun vak hoort praten. Het leukste deel van het boek.
- In het derde deel draait het om de toekomstvisie van negen bladenmakers. Van dit deel had ik meer verwacht. Het verbaast me vooral dat digitale journalistiek zo weinig aandacht krijgt. Alleen in de bijdragen van Franska Stuy (Libelle) en Erwin van der Zande (Bright) komt het onderwerp serieus aan de orde. Dat is wel heel summier voor een boek van bijna 400 pagina’s.
Conclusie: het Handboek tijdschrift is een aantrekkelijk vormgegeven, afwisselend bladerboek vol inspirerende ideeën. Jammer dat de digitale journalistiek zo weinig aandacht krijgt. Dat onderwerp verdient beter, vind ik. Daarom werk ik samen met collega Edwin Lucas aan een serie artikelen over digitale journalistiek. Na de zomer te volgen in Tekstblad, vakblad voor tekstschrijvers.
Afgelopen vrijdag bezocht ik de ‘Eerste conferentie voor narratieve journalistiek in Nederland’. Een mooie kans om Joris van Casteren, Judith Koelemeijer en Frank Westerman te horen vertellen over hun vak. De opening werd verzorgd door Pulitzer-prijswinnaar Jacqui Banaszynski. Zij hield een indrukwekkend pleidooi voor verhalende journalistiek en sloot haar bijdrage af met enkele praktische schrijftips, die ik graag met jullie deel:
- ‘Get to the heart of things’: blijf niet observeren langs de zijkant, maar kruip zo dicht mogelijk op je onderwerp. Zo zorg je ervoor dat je lezers het verhaal echt gaan beleven.
- Houd voortdurend je lezers in gedachten. ‘Vertel je verhaal alsof je een brief schrijft aan een goede vriend.’
- Kies details die het realisme versterken en tegelijkertijd universele zeggingskracht hebben. (Even terzijde: het viel me op dat Van Casteren, Koelemeijer en Westerman tijdens de conferentie alle drie de vraag kregen of ze wel eens iets verzonnen. Ieder antwoordde ongeveer hetzelfde: de werkelijkheid is al bizar genoeg.)
- Kies een karakter dat je verhaal kan dragen.
- Wees je bewust van de ‘driving engine’ van je verhaal: om welke vraag draait het?
- Gebruik filmtechnieken: vertel je verhaal in scènes, maak gebruik van close-ups. ‘Use your notebook as a camera.’
- Maak in je beschrijvingen gebruik van al je zintuigen. ‘Geur is de meest directe weg naar herinneringen.’ En gebruik je ‘zesde zintuig’: durf je emoties te benoemen.
- Show, don’t tell: ‘Give me dialogue, give me detail.’
Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Lees daarvoor Banaszynski’s prijswinnende verhaal (pdf, 22 pagina’s).
UPDATE: Arjan van der Knaap schreef een verslag van de openingsspeech van Banaszynski op de website van de FreeLancers Associatie: http://www.fla.nl/blog-detail/403/verhalende-journalistiek-is-geen-kunstje.html.
Show, don’t tell luidt een bekende wijsheid onder literaire schrijvers. Laat de feiten voor zichzelf spreken. Niet alle feiten natuurlijk. Het is de kunst de feiten te kiezen die samen het verhaal vertellen, bijvoorbeeld doordat ze een belangrijke mijlpaal markeren of symbool staan voor een interessante ontwikkeling.
Afgelopen woensdag is Elizabeth Taylor ons ontvallen. De New York Times had zich voorbereid en publiceerde direct een interactieve tijdbalk: Elizabeth Taylor: 1932-2011. Er zijn vuistdikke boeken geschreven over de actrice, maar haar verhaal past kennelijk ook op één scherm. Het is allesbehalve een nieuw idee en niet alles aan dit voorbeeld is geslaagd. De navigatie is bijvoorbeeld onhandig en de integratie met beeld en geluid summier. Maar het werkt. Of je er nu snel doorheen klikt of de tijd neemt om alle achterliggende artikelen en filmfragmenten te bekijken: je krijgt een goed beeld van het leven van een spraakmakende vrouw.
Samen met OSAGE / communicatie en ontwerp heb ik vorig jaar een nieuw formulier gemaakt voor reizigers met een InterRail- of Eurail-pas. In januari liet de opdrachtgever ons weten dat de conversie van het formulier met 60 procent is toegenomen. Dat vonden Roy Hendriks van OSAGE en ik een mooie aanleiding voor een artikel in Tekstblad, vakblad voor tekstschrijvers. Daarin vertellen we over de bijzondere situatie waarin het formuiler gebruikt wordt en beschrijven we de belangrijkste ontwerpkeuzes (zowel inhoud als vorm). Tot slot proberen we het succes te verklaren.
Lees het Tekstblad-artikel over formulierontwerp in PDF-formaat (259 Kb).
‘Voorwaarden zijn vaak lastig om te lezen’, geeft ABN AMRO sinds kort eerlijk toe. Maar: ‘De nieuwe voorwaarden van onze spaarrekeningen niet. Ze zijn samen met klanten herschreven: goed leesbaar en begrijpelijk.’ Dat klinkt veelbelovend. Maar levert de aanpak van ABN AMRO ook echt leesbare voorwaarden op?
Lees verder >>
Oud-RTL-correspondent Max Westerman verbaast zich in nrc.next over de nieuwe actualiteitenrubrieken op de Nederlandse tv. Waarom nemen we geen voorbeeld aan de Amerikaanse traditie?
Westerman steekt de loftrompet over 60 Minutes, een actualiteitenprogramma van het commerciële tv-station CBS. De redactie houdt zich sinds de eerste uitzending in 1968 met succes aan de formule van bedenker Don Hewitt: ‘Tell me a story!’ Westerman: ‘Gewoon een goed verhaal, goed verteld. Met een kop, een staart en een spanningsboog die je bij de les houdt.’
Westerman mist het verhaal in de Nederlandse actualiteitenrubrieken. ‘En: waar is de tekst? Had de verslaggever geen tijd meer om uit te leggen waar het om gaat? Kern van het 60 Minutes-verhaal is een scherpe, geschreven tekst.’ De verhalen van 60 Minutes zijn zo goed dat je ze ook zonder beelden kunt volgen, vindt Westerman. Hij beluistert de audioversie van het programma op zijn iPod. Nieuwgierig? Oordeel zelf en beluister een podcast van 60 Minutes.
Wat is een verhaal? In mijn definitie komt in elk geval het woord ‘samenhang’ voor. Een verhaal brengt losse feiten met elkaar in verband, zodat ze betekenis krijgen. Maar hoe bereik je samenhang? Afgelopen week las ik twee inspirerende voorbeelden, een veiligcatalogus en de reconstructie van een moordzaak.
Eerst las ik The Suspicions of Mr. Whicher van Kate Summerscale (ook vertaald verkrijgbaar als De vermoedens van Mr Whicher). Summerscale beschrijft hoe een van de eerste detectives in Engeland rond 1860 een gruwelijke moord in een landhuis probeert op te lossen.
Lees verder >>
Reacties