Op vrijdag 19 maart verzorg ik een Twitter-helpdesk op Tekstnet 2.0, een hele dag vol workshops en lezingen over tekstschrijven en nieuwe media. Wat ga ik vertellen? Dat hangt af van de vragen die ik krijg. Maar ik houd alvast rekening met ‘Is Twitter niet zonde van mijn tijd?’ (nee) Of praktischer vragen als: ‘Wat is een RT?’ En: ‘Wat kan ik met een hashtag?’
De Twitter-helpdesk is overigens maar een minuscuul onderdeel van een overvol programma dat van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds duurt. De dag wordt georganiseerd door Tekstnet , de beroepsvereniging van tekstschrijvers waarvan ik lid ben. En het mooiste van alles: het evenement is ook toegankelijk voor niet-leden. Bekijk het volledige programma van Tekstnet 2.0.
Wie weet tot ziens op 19 maart. Kun je er niet bij zijn? Ook dan praat ik je graag een keer bij over Twitter. Neem contact met me op voor een afspraak.
Ik ben dol op digitaal, maar soms gaat er niets boven papier. Zojuist viel hier de Woonvisie 2009-2020 van de gemeente Den Haag op de mat. Ik verzorgde een lichte eindredactie en schreef de samenvatting.
De Woonvisie is vernieuwend in vorm en inhoud. Het prachtige ontwerp was in handen van ZZESTO. In hun woorden: ‘geen saai boekwerk met cijfers en prognoses maar juist een heel laagdrempelig lees- en bladerboek met veel plek voor lekkere platen en leesbare grafieken.’ Mede dankzij het gele leeslint, het geborduurde label en het rugloos gebonden boekblok is het een feest om de Woonvisie door te bladeren.
Afgelopen week discussieerde ik met enkele collega’s over het verschijnsel ‘hun hebben’. Taalverloedering, riep iemand. Onzin, reageerde ik. Onbegrip alom: hoe kon je als tekstschrijver nou vinden dat ‘hun hebben’ GEEN taalverloedering is? Nou, volgens mij zit het zo:
Als taalgebruiker ervaar ik ‘hun hebben’ als ongrammaticaal. Het doet bij wijze van spreken pijn aan mijn oren en ik corrigeer mijn kinderen als ze het gebruiken. Dat gaat vanzelf, ik denk er nauwelijks bij na.
Als tekstschrijver hanteer ik een eenvoudig principe: leidt een formulering mijn lezers af van de boodschap? Dan moet ik andere woorden kiezen. Het zou dus niet in mij opkomen om ‘hun hebben’ te schrijven.
Als taalliefhebber stel ik vast dat ik steeds vaker ‘hun hebben’ hoor. Dat vind ik interessant. Het doet me denken aan het Afrikaans, een prachtige taal die zich in de 17e eeuw heeft losgezongen van het Nederlands. In Zuid-Afrika zeggen ze ‘hulle het’. Zou het Nederlands zich in die richting ontwikkelen? Waarom gebeurt dat eigenlijk? Hoe lang duurt het voordat we ‘hun hebben’ accepteren? Ga ik dat nog meemaken? (Ik denk het niet.) Enzovoort enzovoort… Veel te interessant om af te doen als ‘taalverloedering’.
Afgelopen nacht zond Google rond de Amerikaanse Superbowl-finale een bijzondere commercial uit. Het is een filmpje zonder special effects of bekende acteurs. In plaats daarvan vertrouwt Google volledig op de kracht van het verhaal. En dat werkt:
Google had ook kunnen kiezen voor een opsomming van de mogelijkheden die hun diensten bieden. Maar dat zou snel gaan vervelen. Met storytelling weten ze de nieuwsgierigheid te prikkelen. ‘Every search is a quest. Every quest is a story’, zegt Google zelf. Daardoor zou je bijna gaan denken dat storytelling alleen bruikbaar is voor het promoten van zoekmachines. Maar je kunt de kracht van het verhaal ook toepassen in een voorlichtingscampagne, een relatiemagazine of een jaarverslag. Laat bijvoorbeeld een klant eens vertellen welke problemen hij met een dienst of product heeft overwonnen. Een goede verhaallijn maakt zelfs een alledaagse Google-zoekopdracht spannend.
Voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB) schrijf ik mee aan Uw AOW/Anw, een uitgave voor mensen die een AOW-pensioen of een nabestaandenuitkering Anw ontvangen. Uw AOW/Anw verschijnt twee keer per jaar in een oplage van 2 miljoen exemplaren.
Vorige week viel het januari-nummer op de mat. Daarin een interview van mij met oud-weerman John Bernard. De fraaie foto’s zijn van Joost van Velsen, de opmaak is verzorgd door OSAGE.
Ik heb ooit een collegezaal moeten verlaten omdat ik niet kon stoppen met lachen. Vlak daarvoor was mijn oog op een advertentie gevallen, waarin een tuincentrum ‘twee jarige plantjes’ aanbood. Daar had natuurlijk ‘tweejarige plantjes’ moeten staan, want samenstellingen schrijven we in het Nederlands aan elkaar.
Het voorbeeld zou niet misstaan op de website van SOS, Signalering Onjuist Spatiegebruik. Dit ‘platform’ heeft zojuist de uitslag bekendgemaakt van de verkiezing van ‘de onjuiste spatie van 2009′: losgeld (in plaats van ‘los geld’). Een goede tweede is slechtziende pc (in plaats van ’slechtzienden-pc’) en als derde is geëindigd: lieve heersbeestjes (in plaats van ‘lieveheersbeestjes’). Stuk voor stuk voorbeelden om bij te huilen. Van het lachen.
Als zelfstandig ondernemer kan ik ervoor kiezen om mijn inkomstenbelasting voor heel 2010 vooruit te betalen. Ontzettend aardig aangeboden van de Belastingdienst, maar ik betaal mijn belasting liever verspreid over het jaar in maandelijkse termijnen. De Belastingdienst probeert me nog wel over te halen: als ik alles in één keer vooruitbetaal, krijg ik een betalingskorting. Betaalt u in één keer, krijgt u een betalingskorting, staat er.
Een zuinige zin, want er zijn twee woorden weggelaten: ‘als’ en ‘dan’. Je kunt in dit geval een van beide weglaten. Als je ze allebei weglaat, ontstaat er een rare zin:
‘Betaalt u in één keer, dan krijgt u een betalingskorting.’ Prima.
‘Als u in één keer betaalt, krijgt u een betalingskorting.’ Nog duidelijker.
‘Betaalt u in één keer, krijgt u een betalingskorting.’ Nee, dit is raar.
Soms kan het wel: ‘Probeer je eens aardig te zijn, is het wéér niet goed.’ Mijn advies: wees niet te zuinig met ‘als’ en ‘dan’. Beide woordjes zijn handige structuuraanduiders die het tekstbegrip bevorderen. Wil je ze weglaten, lees het eindresultaat dan eens hardop voor (of in gedachten): zou je deze zin ook gebruiken in een gesprek? Zo niet, dan ben je te zuinig geweest.
Mijn nieuwe website (vandaag stilletjes ‘live gegaan’) moest een weblog hebben, vond ik: een laagdrempelige manier om inzichten, tips en ideeën te delen. Het afgelopen jaar had ik ervaring opgedaan met Bloedspannend, een weblog over Nederlandstalige thrillers (een privé-project). Bovendien was ik geïnspireerd geraakt tijdens een workshop van collega Aartjan van Erkel. Toen hij de deelnemers vroeg of ze al eens hadden geblogd, kon ik me dat niet herinneren. Maar op de terugweg naar kantoor bedacht ik me dat ik zelfs al twee pogingen had gewaagd…
Bij zinnen
Ergens in 2005 heb ik tijdelijk een weblog bijgehouden over het gebruik van ‘dit’ en ‘dat’. (Kom ik later nog eens op terug.) En voor de allereerste versie van deze website schreef ik tien jaar geleden een zeer onregelmatig verschijnende column onder de titel ‘bij zinnen’. Een soort weblog avant la lettre. Er zijn destijds maar vier afleveringen van verschenen. Ik had een te streng format bedacht en het invoeren was te veel gedoe. Dat is nu wel anders: even inloggen, typen en publiceren maar. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Zo. Het scherm is gevuld, ik ben begonnen!
Marcel op 21 januari 2010 | Opgeslagen onder Bloggen | 1 reactie
Reacties