Wat is een verhaal? In mijn definitie komt in elk geval het woord ‘samenhang’ voor. Een verhaal brengt losse feiten met elkaar in verband, zodat ze betekenis krijgen. Maar hoe bereik je samenhang? Afgelopen week las ik twee inspirerende voorbeelden, een veiligcatalogus en de reconstructie van een moordzaak.
Eerst las ik The Suspicions of Mr. Whicher van Kate Summerscale (ook vertaald verkrijgbaar als De vermoedens van Mr Whicher). Summerscale beschrijft hoe een van de eerste detectives in Engeland rond 1860 een gruwelijke moord in een landhuis probeert op te lossen.
De Raad van State verbouwt. Samen met de afdeling Communicatie maak ik het Bouwkrant Magazine, waarin we verslag doen van de vorderingen. Het magazine wordt drie keer per jaar verspreid onder medewerkers en relaties van de Raad van State.
In het april-nummer staat het nieuwe bedrijfsrestaurant centraal. De inrichting van het restaurant is in handen van architectenbureau Merkx+Girod, dat bekend staat om het oog voor detail en kwaliteit. Die eigenschappen worden heel concreet in een interview dat ik had met interieurarchitect Det van Oers van Merkx+Girod. Zij reisde zelfs af naar een Franse steengroeve om het marmer voor de vloer te keuren. De foto’s zijn van Jacqueline Fleurkens en Merkx+Girod, de opmaak is verzorgd door Frans Gijzemijter.
De nieuwe roman van Pauline Slot, En het vergeten zo lang, begint met een opvallende inhoudsopgave:
Los van elkaar hebben de hoofdstuktitels iets mysterieus. Maar onder elkaar ontstaat er een poëtische inhoudsopgave die een verhaal vertelt. Samen vormen de hoofdstuktitels een gedicht van de Chileense dichter Pablo Neruda, een van de personages uit het boek. Een prachtige vondst.
Wat je met poëzie kunt, kun je ook in een brochure, handboek of jaarbericht: gebruik de inhoudsopgave om je verhaal te vertellen. Zo wordt je inhoudsopgave een aantrekkelijk, volwaardig onderdeel van je tekst. Je vergroot de kans dat ook haastige lezers een goede indruk krijgen van de inhoud. En je stimuleert om verder te lezen.
Een verhalende inhoudsopgave, hoe pak je dat aan? Drie stappen:
Ik hou van alledaagse taal. Ik lees liever ‘ook’ dan ‘tevens’, liever ‘maar’ dan ‘echter’. Om die reden struikelde ik over de eerste zin van een column in ‘zakenmagazine’ Amersfoort IntoBusiness. En ik bleef struikelen:
Keur ik elk belegen woord af? Nee. Naast alledaagse woorden hou ik ook van woorden met een haakje, woorden die je wakker houden. En dat kunnen soms best ouderwetse woorden zijn. Ik ontdekte laatst de website van het Neerlandsch Genootschap ter bevordering van het Belegen Woord. In hun overzicht van belegen woorden staan voorbeelden die we echt in een diepe bureaula moeten wegstoppen. Maar er zitten ook prachtexemplaren tussen met een enorme zeggingskracht. Want zeg nou zelf, hoe vertaal je ‘pips’? Dat is onmogelijk zonder het ironisch-oubollige karakter te verliezen. ‘Pips’ moet blijven. Daarom heb ik het woord geadopteerd. (Het bewijs: de adoptieverklaring.) Aan mij de taak om ‘pips’ van ‘verstoffing te behoeden’. Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
Op vrijdag 19 maart verzorg ik een Twitter-helpdesk op Tekstnet 2.0, een hele dag vol workshops en lezingen over tekstschrijven en nieuwe media. Wat ga ik vertellen? Dat hangt af van de vragen die ik krijg. Maar ik houd alvast rekening met ‘Is Twitter niet zonde van mijn tijd?’ (nee) Of praktischer vragen als: ‘Wat is een RT?’ En: ‘Wat kan ik met een hashtag?’
De Twitter-helpdesk is overigens maar een minuscuul onderdeel van een overvol programma dat van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds duurt. De dag wordt georganiseerd door Tekstnet , de beroepsvereniging van tekstschrijvers waarvan ik lid ben. En het mooiste van alles: het evenement is ook toegankelijk voor niet-leden. Bekijk het volledige programma van Tekstnet 2.0.
Wie weet tot ziens op 19 maart. Kun je er niet bij zijn? Ook dan praat ik je graag een keer bij over Twitter. Neem contact met me op voor een afspraak.
Ik ben dol op digitaal, maar soms gaat er niets boven papier. Zojuist viel hier de Woonvisie 2009-2020 van de gemeente Den Haag op de mat. Ik verzorgde een lichte eindredactie en schreef de samenvatting.
De Woonvisie is vernieuwend in vorm en inhoud. Het prachtige ontwerp was in handen van ZZESTO. In hun woorden: ‘geen saai boekwerk met cijfers en prognoses maar juist een heel laagdrempelig lees- en bladerboek met veel plek voor lekkere platen en leesbare grafieken.’ Mede dankzij het gele leeslint, het geborduurde label en het rugloos gebonden boekblok is het een feest om de Woonvisie door te bladeren.
Afgelopen week discussieerde ik met enkele collega’s over het verschijnsel ‘hun hebben’. Taalverloedering, riep iemand. Onzin, reageerde ik. Onbegrip alom: hoe kon je als tekstschrijver nou vinden dat ‘hun hebben’ GEEN taalverloedering is? Nou, volgens mij zit het zo:
Als taalgebruiker ervaar ik ‘hun hebben’ als ongrammaticaal. Het doet bij wijze van spreken pijn aan mijn oren en ik corrigeer mijn kinderen als ze het gebruiken. Dat gaat vanzelf, ik denk er nauwelijks bij na.
Als tekstschrijver hanteer ik een eenvoudig principe: leidt een formulering mijn lezers af van de boodschap? Dan moet ik andere woorden kiezen. Het zou dus niet in mij opkomen om ‘hun hebben’ te schrijven.
Als taalliefhebber stel ik vast dat ik steeds vaker ‘hun hebben’ hoor. Dat vind ik interessant. Het doet me denken aan het Afrikaans, een prachtige taal die zich in de 17e eeuw heeft losgezongen van het Nederlands. In Zuid-Afrika zeggen ze ‘hulle het’. Zou het Nederlands zich in die richting ontwikkelen? Waarom gebeurt dat eigenlijk? Hoe lang duurt het voordat we ‘hun hebben’ accepteren? Ga ik dat nog meemaken? (Ik denk het niet.) Enzovoort enzovoort… Veel te interessant om af te doen als ‘taalverloedering’.
Afgelopen nacht zond Google rond de Amerikaanse Superbowl-finale een bijzondere commercial uit. Het is een filmpje zonder special effects of bekende acteurs. In plaats daarvan vertrouwt Google volledig op de kracht van het verhaal. En dat werkt:
Google had ook kunnen kiezen voor een opsomming van de mogelijkheden die hun diensten bieden. Maar dat zou snel gaan vervelen. Met storytelling weten ze de nieuwsgierigheid te prikkelen. ‘Every search is a quest. Every quest is a story’, zegt Google zelf. Daardoor zou je bijna gaan denken dat storytelling alleen bruikbaar is voor het promoten van zoekmachines. Maar je kunt de kracht van het verhaal ook toepassen in een voorlichtingscampagne, een relatiemagazine of een jaarverslag. Laat bijvoorbeeld een klant eens vertellen welke problemen hij met een dienst of product heeft overwonnen. Een goede verhaallijn maakt zelfs een alledaagse Google-zoekopdracht spannend.
Voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB) schrijf ik mee aan Uw AOW/Anw, een uitgave voor mensen die een AOW-pensioen of een nabestaandenuitkering Anw ontvangen. Uw AOW/Anw verschijnt twee keer per jaar in een oplage van 2 miljoen exemplaren.
Vorige week viel het januari-nummer op de mat. Daarin een interview van mij met oud-weerman John Bernard. De fraaie foto’s zijn van Joost van Velsen, de opmaak is verzorgd door OSAGE.
Ik heb ooit een collegezaal moeten verlaten omdat ik niet kon stoppen met lachen. Vlak daarvoor was mijn oog op een advertentie gevallen, waarin een tuincentrum ‘twee jarige plantjes’ aanbood. Daar had natuurlijk ‘tweejarige plantjes’ moeten staan, want samenstellingen schrijven we in het Nederlands aan elkaar.
Het voorbeeld zou niet misstaan op de website van SOS, Signalering Onjuist Spatiegebruik. Dit ‘platform’ heeft zojuist de uitslag bekendgemaakt van de verkiezing van ‘de onjuiste spatie van 2009′: losgeld (in plaats van ‘los geld’). Een goede tweede is slechtziende pc (in plaats van ’slechtzienden-pc’) en als derde is geëindigd: lieve heersbeestjes (in plaats van ‘lieveheersbeestjes’). Stuk voor stuk voorbeelden om bij te huilen. Van het lachen.
Reacties