Lange zinnen: wanneer is kort beter?

Korte zinnen zijn goed. Hoe korter een zin, hoe minder tijd er nodig is om ‘m door te lezen. Toch? Het ligt iets genuanceerder. Een tekst die alleen uit korte zinnen bestaat, is onleesbaar.

Ik leen graag een voorbeeld uit het onderzoek van Jentine Land en Ted Sanders naar de begrijpelijkheid van studieboekteksten op het vmbo. Zij kwamen onder andere deze passage tegen in een geschiedenisboek:

Bouterse bleek een dictator.
Hij regeerde in zijn eentje.
Hij liet zelfs mensen vermoorden.
Bouterse werd weer aan de kant gezet.
Wanneer gaat het echt goed met Suriname?
In Suriname telt ieder volk graag mee.
Elkaar vertrouwen blijft moeilijk.

Korter kunnen deze zinnen bijna niet. Toch lezen ze niet prettig, ook niet voor vmbo-leerlingen. De tekst klinkt staccato, onnatuurlijk. Elk verband ontbreekt. En vooral dat laatste is funest voor een snel tekstbegrip.

Korte zinnen trekken de aandacht

Is kort verkeerd? Nee, korte zinnen kunnen geweldig zijn, als je ze maar met mate gebruikt. Dan blijken ze heel geschikt om de aandacht van je lezers te trekken. Ik gebruik ze graag aan het begin of eind van een alinea:

Het geld is op. Die conclusie trokken de aanwezige journalisten na afloop van de persconferentie. Tegenvallende rente-inkomsten en stijgende kosten zorgen ervoor dat de begroting uit zijn jasje groeit. Maar er is hoop.

Korte zinnen lenen zich voor stellingen en conclusies

Korte zinnen komen zelfverzekerd over. Dat is een van de redenen dat ze zo geliefd zijn onder reclamemakers. Een korte zin leent zich daarom goed voor een stelling of conclusie. Zie het voorbeeld hiervoor.

(Ik noemde het al even: gebruik korte zinnen met mate. De korte zin wordt al het nieuwe uitroepteken genoemd. En dat is niet positief bedoeld.)

Korte zinnen zorgen, tja, voor afwisseling

Lange zinnen zorgen voor afwisseling, schreef ik in de eerste aflevering van deze ‘serie‘. Een beetje flauw misschien, maar dat argument geldt hier natuurlijk ook. Martin Bril vertelde in een interview met Onze Taal:

Men is geneigd te denken dat ik in heel korte zinnen schrijf, maar dat is absoluut niet waar. Het geheim van mijn stijl bestaat uit verschillende dingen. Om te beginnen wissel ik heel lange zinnen af met heel korte. Verder schrijf ik vrij kortademige dialogen […]. En ik heb een nogal in het oog springende manier van alineëren; mijn alinea’s bestaan soms uit maar één woord, zoals enfin, of tja, of precies.

Afwisseling is dus het geheim van de smid. Huiswerk: gebruik deze week minimaal één korte zin om de aandacht van je lezers op te roepen. En lees de tekst voor, in gedachten of (net als Martin Bril) hardop. Zo ontdek je of het eindresultaat natuurlijk klinkt.

Laat een reactie achter